Malcolm ontmaskert valse begrippen, deel 4: “subsidies voor wetenschappelijke innovatie“

Maandag 5 maart 2018

In deze reeks probeer ik een aantal valse begrippen te ontmaskeren en eerlijker of correcter alternatieven te suggereren. De volgorde waarin de begrippen aan bod komen, is vrij toevallig gekozen en moet niet als een rangorde worden geïnterpreteerd. De vierde aflevering in de reeks is wat technischer, maar daarom niet minder relevant.

Het gebruik van een vals begrip is in mijn ogen niet hetzelfde als een vergissing. Het gaat hier wel degelijk om woorden en uitdrukkingen die moedwillig, met voorbedachten rade en om zuiver ideologische redenen verkeerd worden gebruikt om de indruk te wekken dat een bepaald politiek standpunt eigenlijk een objectieve en rationele vaststelling is. Ik heb het hier, met andere woorden, over subtiel verborgen propagandaboodschappen die zo wijdverspreid worden gebruikt dat velen niet meer beseffen dat ze de werkelijkheid niet correct weergeven.

Vals begrip: subsidies voor wetenschappelijke innovatie
Aanverwante terminologie: innovatiesteun, subsidies voor O&O (onderzoek en ontwikkeling), subsidies voor R&D (research and development)

Valse betekenis: Innovatie of vernieuwing is essentieel voor vooruitgang. Die vooruitgang komt iedereen ten goede, bijvoorbeeld omdat nieuw ontwikkelde geneesmiddelen patiënten genezen of omdat nieuw ontworpen machines zo veilig zijn dat veel arbeidsongevallen worden vermeden. Het is voor heel de economie belangrijk dat in onderzoek en ontwikkeling wordt geïnvesteerd. Wie niet vooruitgaat, gaat achteruit en wie achteruitgaat, zal uiteindelijk verdwijnen. Het is dan ook niet meer dan normaal dat de overheid voorziet in zogenaamde innovatiesteun, subsidies die de bedrijven helpen om vernieuwende producten te ontwikkelen.

Echte betekenis: Op zich is het natuurlijk niet erg dat de overheid een deel van het belastinggeld investeert in onderzoek. Ten slotte moet de wetenschap antwoorden bedenken op de vragen waarmee we worden geconfronteerd, met als belangrijkste voorbeeld de klimaatcrisis. Alleen is de vraag hoeveel dat moet kosten en waar dat geld precies naartoe gaat.
Als de overheid het geld rechtstreeks aan de universiteiten zou geven, zouden we eigenlijk maar op twee manieren betalen, met name de subsidies voor het onderwijs om wetenschappers op te leiden en de subsidies voor het onderzoek om innovatieve ideeën te ontwikkelen. De resultaten van dat onderzoek kunnen dan in licentie worden gegeven aan bedrijven die ze willen commercialiseren, wat de overheid ook nog inkomsten zou opleveren. Die inkomsten mogelijk natuurlijk niet te hoog worden ingeschat, want niet elk onderzoek levert bruikbare of lucratieve resultaten op.
Dit is echter niet wat momenteel in de praktijk gebeurt. In de praktijk betalen we namelijk veel meer dan tweemaal en zijn er amper inkomsten. De overheid subsidieert bedrijven om zelf onderzoek te verrichten en de resultaten daarvan dan op de markt te brengen. De gevolgen zijn niet zo positief voor de samenleving. Als voorbeeld neem ik de ontwikkeling van een totaal nieuw geneesmiddel.
De eerste betaling is voor het onderwijs, want de artsen die het wetenschappelijk onderzoek uitvoeren, hebben natuurlijk eerst een opleiding gevolgd. Zeker in de medische wetenschappen dekt het inschrijvingsgeld de eigenlijke onderwijskosten absoluut niet.
De tweede betaling is voor de onderzoekscentra van de universiteiten, want zij moeten hun laboratoria en dergelijke voorzien van alle nodige apparatuur en de juiste medewerkers in dienst nemen om onderzoeksopdrachten te krijgen. De bedrijven die een beroep op hun diensten doen, betalen hier wel voor, maar enkel voor de opdrachten in kwestie. De onderzoekscentra draaien zelf op voor hun recurrente werkings- en infrastructuurkosten.
De derde betaling is voor het farmaceutisch bedrijf dat het nieuw geneesmiddel wil ontwikkelen, want dat bedrijf kan bij de overheid aankloppen voor innovatiesteun. De overheid gaat ervan uit dat bedrijven zonder die steun minder geneigd zullen zijn om risico’s te nemen met projecten waarvan de resultaten op voorhand niet kunnen worden gegarandeerd.
De vierde betaling is opnieuw voor het bedrijf, want het bedrijf kan naast die innovatiesteun nog gewone economische steun aanvragen. Die steun wordt toegekend aan bedrijven die op het punt staan hun activiteiten uit te breiden, wat natuurlijk na de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel het geval zou kunnen zijn. Veel criteria zijn hieraan niet verbonden en dat weten de bedrijfsleiders maar al te goed.
De vijfde betaling is opnieuw voor het bedrijf, want eenmaal de ontwikkelingsfase is afgerond, komt het geneesmiddel natuurlijk op de markt. Als het aan de verwachtingen voldoet, zullen de dokters het voorschrijven om hun patiënten te helpen. Alleen is het patent nu in handen van het farmaceutisch bedrijf, want de gesubsidieerde universiteit heeft enkel een opdracht tegen betaling uitgevoerd. Dit betekent dat het bedrijf de kostprijs bepaalt. De patiënten betalen het bedrijf en het RIZIV mag voor de terugbetalingen instaan, wat in se neerkomt op een onrechtstreekse subsidiëring.
Er wacht de overheid nog een zesde betaling, want als het productieproces eenmaal volledig op punt staat en er geen kinderziektes meer moeten worden overwonnen, kan het werk ook door minder geschoolde personeelsleden worden uitgevoerd. Steeds op zoek naar besparingen en winstmaximalisaties wordt de productiecapaciteit naar een tropisch land zonder arbeidswetgeving verplaatst. De betrokken werknemers in eigen land komen allemaal in de werkloosheid terecht, wat betekent dat er uitkeringen moeten worden betaald.
Indien de ironie een beetje wil helpen, kan hierop nog een zevende betaling volgen. Als het om een geneesmiddel tegen stressgerelateerde problemen gaat, kan het ontslag van al die werknemers zelfs nog voor een toename van het aantal patiënten en bijgevolg van het aantal verkochte doosjes van het geneesmiddel zorgen, met alle gevolgen van dien voor de sociale zekerheid.
Tegenover die betalingen staan de inkomsten, maar dat valt helaas nogal tegen. In plaats van de bedrijven te laten betalen voor de productielicentie voor een product dat de overheid door de universiteiten heeft laten ontwikkelen, zorgen de bedrijven er nu voor dat de overheid heel wat inkomsten misloopt. De bedrijven betalen wel belastingen, maar doen er alles aan dat bedrag zo laag mogelijk te houden. Zeker als de productiecapaciteit naar het buitenland wordt verhuisd, verdient de overheid die de ontwikkeling van het geneesmiddel initieel met subsidies heeft ondersteund zo goed als helemaal niets meer.

Gesuggereerd begrip: vrijblijvende ondersteuning van rijke ondernemingen
Aanvaardbare varianten: overheidsbijdragen aan de welvaart van ondernemers en aandeelhouders, ondermijning van de financiële leefbaarheid van de staat, doorsluizing van belastingen naar actoren zonder gedragscode


Geef commentaar

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.

Filtered HTML